Dien een model, tekening, afbeelding of schriftelijke notities in. Ingenieurs beoordelen materiaal, proces, afwerking en levering op basis van daadwerkelijk gebruik.
Vervormingsbeheersingsstrategieën voor 3D-printen van dunwandige onderdelen: een systematische aanpak van proceskeuze tot supportoptimalisatie
Vervormingsbeheersingsstrategieën voor 3D-printen van dunwandige onderdelen: een systematische aanpak van proceskeuze tot supportoptimalisatie. Inleiding: de uitdagingen en kansen van dunwandig printen. 3D-printen van dunwandige onderdelen is een van de meest uitdagende toepassingen binnen de additive manufacturing. Onderdelen met een wanddikte kleiner dan 2 mm zijn tijdens het printproces zeer gevoelig voor kromtrekken, scheuren en instorten, wat leidt tot lage opbrengst of zelfs volledige mislukking. Volgens statistieken voor SLA-fotopolymerisatie bedraagt het uitvalpercentage voor onderdelen met een wanddikte kleiner dan 1,5 mm maar liefst 35%, terwijl dit in FDM-processen oploopt tot 45%. Tegelijkertijd zijn dunwandige structuren onmisbaar in toepassingen zoals lichtgewicht ontwerp, vloeistofkanalen en koelribben, waardoor beheersing van vervorming een kernvaardigheid is voor 3D-printingenieurs. De basisoorzaak van vervorming is ongelijkmatige krimp tijdens uitharding of afkoeling. Bij FDM komt de gesmolten kunststof bij hoge temperatuur uit de nozzle en koelt vervolgens snel af, waardoor inwendige spanningen ontstaan die kromtrekken veroorzaken. Bij SLA zorgt volumekrimp tijdens het uitharden van hars (meestal 2-5%) voor duidelijke spanningsconcentraties in dunne wandgebieden.
